DE MUIZENPLAAG VAN CLOWN BASSIE

Ik moest van de week midden in de nacht heel even het bed uit.
Slaapdronken liep door ik door ons huis. Ik deed dit heel zachtjes om niemand wakker te maken. Ik was op weg door de gang en plotseling bleef ik als verstijfd staan.
Wat hoorde ik daar? Wat hoorde ik daar voor een gek geluid in de hoek van de kamer?
Was dat het geluid van een inbreker? Die bezig was om al mijn mooie computer spelletjes in een grote zak te doen, om ze daarna mee te nemen en bij hem thuis lekker op zijn gemak met mijn spelletjes te gaan zitten spelen?

Plotseling werd het stil.
Op dat moment verzamelde ik al mijn moed bij elkaar en sloop zachtjes naar de hoek van de kamer waar ik wist dat het knopje van het licht zat. In het donker voelde ik onderweg op de tast naast de kachel naar een grote kachelpook. Ik pakte de pook beet en hield hem dreigend omhoog voor mij uit.
Ik mompelde zachtjes in mijzelf: ‘Wacht maar af, jochie! Jij Bassie zijn spelletjes afpikken. Ja….. dat had je gedacht. Een klap op je lelijke inbrekersneus kun je krijgen!’
En vastberaden sloop ik verder naar de hoek van de kamer waar het lichtknopje zat.
Opeens klonk er een enorme herrie. Net als of er in de kamer iemand met een hamer boven op de kooi van mijn rood groene parkiet zat te timmeren. ’Zo jochie!’ zei ik nu hardop, ‘eerst mijn computer spelletjes stelen en nu ook nog mijn parkiet zijn kooi in en elkaar timmeren? Ik zal jou eens eventjes!’
En snel liep ik in het donker naar de hoek van de kamer, onderweg nog struikelend over een klein bijzet tafeltje.
Ik was nu in de hoek van de kamer en in het donker ging ik op de tast naar het knopje van het licht.
Met mijn andere hand hield ik de pook omhoog. Klaar om de inbreker een fikse dreun op zijn neus te geven. Ik haalde het knopje van het licht over en ik werd direct verblind door het felle licht en riep luidkeels: ‘Zo! Kom maar op jochie!! Dan zal ik jou eens eventjes een dreun op je lelijke inbrekers neus geven dat je suizebolt!’
Ondertussen keek ik snel de kamer rond en ik zag …
Ik keek en wat zag ik?
‘Hé! Waar zit je boef !! Kom maar op als je durft!!’
Ik zag…maar..., ik zag niks! Niets! Helemaal nul-komma-nul!
Er was helemaal geen inbreker in de kamer!
Maar…, waar kwam die herrie dan vandaan?

Opeens zag ik de inbreker. Ik begon zachtjes te lachen.
Vooral zachtjes om de inbreker niet te laten schrikken die vrolijk boven op de parkietenkooi zat en mij met zijn kleine kraaloogjes vrolijk zat aan te kijken met een blik van: ‘Hoi Bassie! Ook trek? Kom er bij. Er is genoeg!’
Opeens kon ik mij niet meer in houden en barstte in schaterlachen uit. Zo hard, dat de tranen over mijn wangen liepen. Ik kwam niet meer bij. Ik dacht: ‘Bassie wat ben je toch dom! Een inbreker? Hoe kom je daar nou bij? Het is een muis!! Gewoon een muisje!

Maaaaaaaaar… niet één muis, maar zes muisjes! Want er zaten nog vijf muisjes in de kooi en die zaten allemaal vrolijk in het voerbakje van mijn parkiet die het vanaf zijn stokje allemaal op zijn gemak zat aan te kijken. Ja, dat was smikkelen voor die muisjes. Dat was lekker, dat parkieten voer.
Opeens zag ik op de grond ook nog eens vier muisjes, die al de zaadjes die mijn parkiet over de rand van de kooi op de grond gegooid had, aan het opeten waren. Ik stond zeker wel een kwartier te kijken naar dit muizenfeest.
Maar opeens kon ik weer normaal denken. Tja, wat doe ik nou? Je kan natuurlijk niet in een huis wonen waar elke nacht eenmuizenfeest is. Dus wat zou ik gaan doen?

Daar moest ik maar eens goed over nadenken. Ik deed het licht in de kamer uit en ging naar mijn slaapkamer. Ik kroop in bed en ging liggen denken. Wat moest ik nou doen om die muisjes het huis uit te krijgen?
Een heel lelijk klein stemmetje, wat ik wel eens meer hoor, fluisterde in mijn oor: ‘Bassie, je moet gewoon een muizenval neerzetten. Dan zit er elke dag een dooie muis in en na een week zijn al die opvreters dood en de deur uit.’ Ik zei tegen dat stemmetje: ‘Hé joh! Bemoei jij je er effe niet mee. Ik ben aan het denken.’ Beschaamd zei het stemmetje: ‘Nou ja, je hoeft niet boos op mij te zijn want ik wil je alleen maar helpen om van die muizen af te komen.’
Ik siste: ‘Ja! Jij en helpen. Jouw hulp heb ik niet nodig. Opzouten, wegwezen, foetsie foetsie, hop hop, kssst kssst!’
‘Oké’ zei het stemmetje ‘ik ga al.’ en hij zei niets meer.

En ik dacht heel diep na. Opeens kreeg ik een geweldig idee.
En dat was zo’n goed idee dat ik dat alleen maar kan verzinnen.
Ik zei tegen mijzelf: ‘Ja, zo doe ik het morgen. Zo doe ik het.’
Ik draaide mij om, ging weer slapen en liet de muisjes rustig verder feestvieren. Het was tenslotte toch de laatste nacht dat ze bij mij in huis waren. Morgen waren ze weg.

De volgende ochtend kwam ik extra vroeg mijn bed uit.
Ik keek op de wekker. En zei tegen mij zelf: ‘Zo! 12 Uur in de middag. Dat is nog lekker vroeg voor een clown.’
Ik kleedde mij aan en ging op weg. Na een kwartier was ik bij een radiozaak. Ik deed de winkeldeur open en zei vrolijk: ‘Goeiemorgen, goeiemiddag.’
De man van de radio winkel zei: ‘Ook goeiemiddag Bassie.
Wat kan ik voor je doen?’
Ik zei: ‘Ik wil een hele grote televisie…doos.’
‘Wat? Geen televisie? Alleen maar een doos?, zei de man verbaasd. ‘Ja. Alleen maar een doos.’ zei ik.
‘Nou’ zei de man ‘ik krijg af en toe rare klanten in mijn winkel, maar dit slaat alles!
Bassie wil alleen een lege doos. Ga je kamperen?’
‘Nee, die doos heb ik voor iets speciaals nodig’ zei ik.
‘Nou oke’ zei de man ‘loop maar naar achteren naar het magazijn en zoek er de mooiste doos uit die je kan vinden. ‘
Ik zocht in het magazijn de mooiste grote doos uit die ik kon vinden. Ik bedankte de man en liep vrolijk fluitend naar huis.

Thuis aangekomen plakte ik eerst de doos helemaal dicht met plakband. Ik maakte een gaatje aan de zijkant van de doos, zo klein dat er nog net een muis door kon en ik deed er een paar handjes met parkietenvoer in.
Toen zette ik de doos vlak bij de kast waar de parkietenkooi op stond en ik stofzuigde alle zaadjes die op de grond lagen op.
Ik maakte de parkietenkooi schoon en deed een heel klein beetje parkietenvoer in het voerbakje. Precies genoeg zodat mijn parkiet geen honger zou krijgen maar ook weer niet zo veel dat de vloer weer bezaaid met zaadjes zou komen te liggen.

Toen ging ik naar de banketbakker en bestelde daar mijn dagelijkse portie slagroomtaart.
Ik ging gauw naar huis, zette thee en dronk en at zodat mijn clownsbuik weer lekker vol en rond was. Zoals gewoonlijk.
Ik zette de televisie aan en keek naar Shownieuws en hoorde daar tot mijn verbazing de presentatrice vertellen dat er bij Clown Bassie in huis een muizenplaag was.
Hoe weten die lui van de televisie dat nou weer?
Nou ja. Morgen is het muizenfeest toch afgelopen!

Die avond ging ik om tien uur naar bed, maar ik had eerst nog mijn wekker op drie uur gezet, want dan moest ik wakker zijn.
Ik kroop in mijn bed en viel in slaap. En ik droomde van grote reuze muizen, die ik, als ridder Bassie, op een mooi groot wit paard bevocht en overwon.
En toen ik alle reuze muizen overwonnen had, mocht ik als dank van de koning met een prinses trouwen.
Ik liep over een grote rode loper met de prinses aan mijn arm en iedereen juichte en de klokken beierden Kling klang, kling klang!!

Maar opeens was ik klaar wakker. Het was helemaal geen prinses die aan mijn arm liep, maar mijn teddy beer. En ook waren het geen klokken die beierden, maar het was de wekker. ‘Hé’ dacht ik ‘waarom gaat de wekker nu al af? Het is toch geen elf uur in de morgen? Waarom moet ik er nu al uit?’
Opeens schoot het door mijn hoofd: DE MUISJES!!!!
Vlug ging ik mijn bed uit. Ik deed nu een zaklantaarn aan en sloop naar de huiskamer. Daar aangekomen hoorde ik zo’n herrie in de doos, dat horen en zien je verging.
Ik pakte snel de doos, plakte over het gaatje een stuk plakband en ging weer naar bed.
Ik dacht: ‘Zo! Morgen zien we wel verder.’ en ik sliep weer in.

De volgende ochtend kleedde ik mij snel aan en ging naar de doos. En ja hoor … de muisjes zaten nog steeds in de doos opgesloten.
Ik keek naar de doos en dacht: ‘Ja, Bassie wat doe je nou?’
Het kleine stemmetje in mijn oor was er weer en die zei heel gemeen: ‘Bassie, je moet die doos in de haven gooien! Dan vang je twee vliegen in één klap; de doos is opgeruimd en de muizen verzuipen!’
Ik siste: ‘Wegwezen jij! Klein naar rotstemmetje!’
Het stemmetje was zeker erg geschrokken want ik hoorde gelijk niets meer.

Plotseling kreeg ik een supergoed idee. Dat was weer zo’n goed idee dat ik daar alleen maar op kon komen.
Ik pakte de doos op, laadde hem in de kofferbak van de auto en reed weg, richting het grote Lickebaertbos.
Daar aangekomen haalde ik het plakband van het gaatje. Ik zette de doos weer neer en wachtte af.
Even later verscheen er een spits muizenneusje voor het gaatje.
En toen nog één, en nog één. Toen werd het een gedrang van jewelste want elk muisje wilde als eerste uit die donkere doos.
De muisjes renden gelijk de doos uit en zo het struikgewas in.
Toen ze allemaal verdwenen waren deed ik de lege doos in de kofferbak en ik reed naar huis. Ik deed de lege doos in de vuilcontainer. Ik ging naar binnen en zette de radio aan. En met een lekker kopje thee erbij ging ik een fijn boek lezen.
‘Zo Bassie!’ zei ik tegen mijzelf ‘dat was nou eens een hele goeie oplossing van een domme clown!’

En als jullie nog eens met pappa en mamma in het grote Lickebaertbos wandelen en je ziet daar een kleine muis met hele vrolijke pretoogjes lopen, nou, tien tegen één dat het één van die muisjes is die elke nacht bij clown Bassie thuis feest vierde! UIT!!!

© Bassie van Toor